Themapublicatie: Meeroken bij kinderen van 0 tot en met 18 jaar 2008-2011

Meeroken leidt bij baby’s en kinderen tot onder andere een verhoogd risico op wiegendood, middenoorontsteking, hersenvliesontsteking en astma. Uit diverse buitenlandse studies blijkt dat schoolgaande kinderen en pubers vaker thuis meeroken dan baby’s, peuters en kleuters. In deze publicatie wordt onderzocht of dit voor Nederland ook het geval is.

Alle cijfers die hier genoemd worden, komen uit het Continu Onderzoek Rookgewoonten (volwassenen vanaf 15 jaar) dat TNS NIPO in opdracht van STIVORO uitvoert. Dit zijn de gegevens van 2008-2011.

Roken in huis

In 2011 gaf 24% van de volwassenen met kinderen van 0 tot en met 18 jaar in het gezin aan dat er in huis gerookt werd. Roken in huis kwam vaker voor onder volwassenen van wie het jongste kind in het gezin ouder was dan 3 jaar. Vooral het rookgedrag van de volwassene was bepalend voor het roken in huis. Rokers gaven vaker aan dat er in huis gerookt werd dan niet-rokers.

Roken in huis

Roken in huis in bijzijn van het kind

Van de volwassenen met kinderen van 0 tot en met 18 jaar in het gezin gaf 16% in 2011 aan dat er in huis in bijzijn van het jongste kind gerookt werd. Roken in huis in bijzijn van het kind kwam veel vaker voor onder volwassenen van wie het jongste kind in het gezin ouder is dan 3 jaar. Het rookgedrag van de volwassene bepaalde verder in grote mate of men rookte in huis in bijzijn van het kind.

Roken in huis in bijzijn van het kind

Bezoeken van andere rokerige omgevingen

In 2011 bezocht 48% van de volwassenen met kinderen van 0 tot en met 18 jaar in het gezin andere rokerige omgevingen in het bijzijn van het jongste kind. Het ging vooral om meeroken op visite, op feestjes en in de horeca. Het bezoeken van andere rokerige omgevingen dan het eigen huis in het bijzijn van het jongste kind, kwam vaker voor onder volwassenen van wie het jongste kind in het gezin ouder was dan 3 jaar.
Bezoeken van andere rokerige omgevingen